zaterdag 25 november 2017

Het kan altijd erger

Die 'rust in de tent' duurde helaas maar kort. Bij mijn vader is nu prostaatkanker ontdekt. Hij zit ook regelmatig op de spoedeisende hulp omdat hij weer eens gevallen is. Mijn moeder heeft al jaren chronische pijn, kan net als mijn vader nauwelijks lopen, en is zwaar overspannen van de hele situatie. En mijn zus is nog steeds bezig met chemotherapie. Die slaat voorlopig goed aan, maar er is wel gezegd dat ze niet meer beter gaat worden. Vroeger kwam je wel eens van die gezinnen tegen waarvan je dacht: 'Jee, hoe zwaar kan het mensen treffen', en ineens ben je zelf zo'n gezin.

Net toen mijn ouders veel begonnen te mankeren, werd de verzorging wegbezuinigd. Ze hebben thuiszorg, maar vrijwel geen netwerk, dus de hulp die we verder krijgen is minimaal. Gelukkig hebben wij een dijk van een tante, die afgelopen week mee naar het ziekenhuis is geweest.
Mijn moeder is goed in hulp wegwuiven en roepen dat ze het allemaal wel alleen kan (om vervolgens haar dochters en schoonzoon in paniek op te bellen), maar mijn tante is gelukkig een standvastig type. Hierdoor krijgen wij nu iets meer lucht.

Pas hoorde ik het verhaal van een dakloze Amerikaan. Zijn ouders waren allebei kort na elkaar overleden aan een slopende ziekte, en hij was zoveel geld kwijt aan ziekenhuisrekeningen en het hospice, dat hij op straat was komen te staan. Het kan dus nog erger. Wij hebben in ieder geval nog zorg, een ziektekostenverzekering en een dak boven ons hoofd. In Amerika zouden wij waarschijnlijk op straat hebben geleefd ('O, wat valt alles meestal mee', hoor ik Jeroen van Merwijk nu sarcastisch zingen).


De Boeddhistische visie dat het leven lijden is, daar kon ik me nooit zo in vinden. Maar ik heb dit standpunt moeten bijstellen. Het leven is per definitie vergankelijk, onbevredigend en oncontroleerbaar. En de enige manier om daar mee om te gaan is accepteren dat dit zo is, en kijken hoe je er nog een beetje iets van kan maken. Het zien als een soort morbide examen in levenskunst. En ik blijf me verbazen over de veerkracht die mensen - ook wij - in dit soort situaties hebben.


Afbeeldingsresultaat voor you can't stop the waves but you can learn to surf

We krijgen het nog zwaar voor onze kiezen, maar dat zien we dan wel weer.
Als ik mijn vader's rolstoel duw, zingen we samen 'In een rijtuigie'.
Mijn zus en ik genieten van de herfstzon tijdens een wandeling door de duinen. We hebben goede gesprekken, maar ik moet ook nog steeds verschrikkelijk lachen om haar grapjes.
Meneer Fluitekruid haalt mijn ouders met de auto op om kroketten te gaan eten in Den Haag.
Meneer F. en ik blijven bovendien tijd uittrekken om samen te koken, kroelen, joggen en naar obscure bandjes te gaan.
En ondanks alle stress blijf ik me - vreemd genoeg- gelukkig voelen. Want ik ben nou eenmaal verliefd op het leven, ongeneselijk verliefd. Niemand weet hoe lang hij heeft, op deze planeet. Maar elke dag is er één. Ik leer veel van mijn vader. Hij leeft bij de dag, kijkt met liefde terug op zijn leven, is dankbaar voor wat hij gekregen heeft. Maar hij vindt het mooi geweest. Ik hoop dat ik het ook zo zal kunnen, als het zover is.

Heb het leven lief, met je ogen dicht of in het volle licht
Hou van wie je ziet - pak de liefde vast en verlies haar niet
Heb het leven lief , in de grijze nacht en als de morgen lacht
Heb het leven lief, en wees niet bang


(Han Kooreneef)

zondag 5 november 2017

FF rust in de tent

Na de schrik van een paar maanden terug zijn we in iets rustiger vaarwater terecht gekomen.
Eigenlijk gaat het - relatief - best goed met mijn zus. Ze heeft een chemokuur die minder belastend is dan die van drie jaar geleden. Het is in tabletvorm, dus ze hoeft er niet steeds voor naar het ziekenhuis. Haar haar valt er niet van uit. Ze wordt er wel heel moe van, maar niet misselijk. En, last but not least: de kuur slaat aan! Haar bloedwaarden zijn enorm verbeterd, ze heeft geen bloedtransfusies meer nodig, en ze heeft veel meer energie dan drie maanden geleden. Ze eet als een dijkwerker, dus is gelukkig weer een paar kilo aangekomen. Ze sport twee keer in de week, doet leuke dingen en ontmoet leuke mensen. Ook staat er inmiddels meer hulp op de rails, zoals vervoer op maat en huishoudelijke hulp. 


Dat wil niet zeggen dat ze het niet zwaar heeft, dat we nooit verdrietig zijn of dat we geen moeilijke tijd tegemoet gaan, vooral als je bedenkt dat onze ouders in de tachtig zijn en ook van alles mankeren. Maar we leven bij de dag en genieten van alle mooie dingen die we meemaken.



Er zitten af en toe wel ideeën voor blogjes in mijn hoofd, maar ik merk dat ik het fijn vind om wat minder tijd op internet door te brengen. Ik lees weer meer boeken; lang had ik daar de rust niet voor, maar nu wel. Dus wellicht volgen er binnenkort wat boekbesprekingen op dit blog.

Ook ben ik weer aan het tekenen. Daar heb ik in geen twintig jaar meer iets mee gedaan, en het voelt goed om weer een beetje te klooien met potlood, ecoline, pastelkrijt en verf.




Geefmaand November is dit jaar voor mij een Geefmaand-Light, zonder al te spectaculaire acties. Ik geef anderen net iets vaker voorrang in het verkeer en bij de kassa, probeer vriendelijk te blijven (zelfs tegen hufterige types) en minder snel te oordelen. En daar heb ik eerlijk gezegd mijn handen vol aan! Als we allemaal daarin slagen, zijn we al een heel eind, niet waar.

O ja, tot slot nog even een grappig voorval. Gisteren wilde ik een spurt nemen om de tram tegen te houden voor een aanstrompelende oude man. Meneer Fluitekruid hield me tegen en zei: nee joh, die meneer woont hier gewoon om de hoek! Wij meteen de slappe lach, we hadden al visioenen hoe die man tegen zou stribbelen: 'Neeee!', en ik: ' Niks mee te maken, u moet die tram in!' 

Meneer F. wist meteen een mooie titel voor een boek: 'De boosaardige Samaritaan', over een weldoener die elke keer helemaal uit zijn panty gaat als mensen niet geholpen willen worden... 
Ik geef jullie een seintje zodra het uit is.