zondag 5 oktober 2014

Mijn vrolijke cement

Chemo 5 heeft er aardig ingehakt. Vier dagen lang was ik een slap vaatdoekje dat alleen maar kon liggen. Vaak was ik over mijn slaap heen, maar te moe om zelfs maar te lezen, te wordfeuden of Uitzending Gemist te kijken. Rechtop zitten was ook al geen optie, terwijl ik op een gegeven moment ook niet meer wist hoe ik moest gaan liggen.
Malen, piekeren en worst case scenario's verzinnen, daarentegen, lukte nog wel heel goed. (Zie je wel, zo lukt er altijd wel iets. Tsjakkaa!!!)

Op zulke momenten ontbreekt het me aan wat ik het best kan omschrijven als 'mijn vrolijke cement'. Mijn vrolijke cement is dat ik in mijn hoofd altijd plannetjes aan het smeden ben (zelfs als ik ze niet direct kan uitvoeren) en in contact blijf met de wereld om me heen. Relativeren lukt meestal ook wel (mijn motto is: liever galgenhumor dan helemaal geen humor) en ik blijf altijd genieten van muziek. Zelfs als ik gestressed ben, zing ik nog liedjes: liever nog 'Het busje komt zo' of 'Het is een irritatiefactortje', dan helemaal geen liedjes.


Al dat vrolijke cement was nu in één klap weggevaagd. En dan kom je ergens waar je helemaal niet wilt wezen.

Meneer Fluitekruid heeft me gered. Die zei al steeds: 'Kom je nou gewoon bij mij vervelen', maar 'vervelen' vond ik een te positief woord voor mijn toestand.
Ik kon alleen maar half in coma liggen, en verwachtte niet dat ik me beter zou gaan voelen als ik dat in zijn huis zou gaan doen.

Donderdagmiddag ben ik toch maar met hem meegegaan. Toen hij me over de Willemsbrug naar Rotterdam Noord reed, had ik al het gevoel dat ik gered werd.
Thuis aangekomen pootte Superheld Meneer F. me op de bank voor de breedbeeld-tv, zette Nostalgienet aan en ging soep en stamppot klaarmaken.

Normaal gesproken kijk ik - gericht - tv via internet. Het zappen was ik al zo'n beetje verleerd, en ik was vergeten hoe heerlijk het kan zijn om gewoon naar zo'n beeld te staren en wel te zien wat er voorbij komt.
In dit geval waren dat een interview met Godfried Bomans en een documentaire over de Rotterdamsche Electrische Tram. Misschien is het moeilijk om je voor te stellen hoe ik daar van opleefde, maar het gebeurde! Ik ben gek op Bomans, hij maakte me aan het lachen. En ik vond het echt, serieus, leuk om historische beelden te zien van al die plekken waar de Rotterdamse tram vroeger reed. Ik moest me zelfs nog een soort van inspannen om al die oude plekken te herkennen, die inmiddels zo enorm veranderd waren.

Toen kwam ook nog 'De plaat blijft hangen', met allemaal oude nummers, zoals 'Where were you, when the lights went out in New York City' (The Trammps) en 'Yes I do' (Luv'), nou je snapt, dan kan je dag helemaal niet meer stuk. Ik ben luidkeels gaan meezingen, en, verrek, dat kon ik dus nog wel!



Tegen de tijd dat de soep en stamppot naar binnen waren gewerkt, en we ook nog op 2Doc een prachtige (echt waar!) documentaire over de postduif (!) helemaal hadden uitgekeken, was mijn humeur aanzienlijk verbeterd. Ik kon ook alweer schelden op dingen die ik stom vond, wat meestal een teken is dat het weer goed met me gaat.

'Goh, wat een dombo's, die kerels, dat ze niet eens weten hoe die Japanse paddenstoelen heten', riep ik 's avonds tijdens Het Mes op Tafel . Meneer F. wierp een blik in mijn richting en zei niets, maar keek erg tevreden.


Nog 1 chemo te gaan!