donderdag 8 september 2016

Een heel project




Afbeeldingsresultaat voor project

Pas had ik het er met meneer Fluitekruid over dat jonge mensen alles 'een project' noemen.
Soms zijn ze bezig met wel vier 'projecten' tegelijk. En druk aan het netwerken om er nog meer te kunnen gaan opstarten. Ze hebben visitekaartjes, een website, een blog. Ze verdienen bijna niks, dus veel projecten zou ik eerder 'hobby' noemen, of 'idee', of 'vrijwilligerswerk'. Niettemin blijven ze lekker bezig, en dat is het voornaamste.

Kenmerken van een project zijn wel dat het kort duurt, en een duidelijk begin en einde heeft. 'Werken aan een duurzame toekomst', kan bijvoorbeeld nooit een project zijn. Projecten passen helemaal in de tijd van korte termijn-planning en lineair denken: 'Afvinken, en door naar het volgende.'

Meneer Fluitekruid en ik noemen tegenwoordig ook alles een project.
Dan zeg ik bijvoorbeeld: 'Het project aardappelen schillen heb ik net afgerond, het project aardappels koken loopt nog.'
En dan zegt hij (op zo'n hele verwijfde toon): 'Ik ga zo meteen beginnen aan mijn allernieuwste project, even poepen, en ik denk dat ik daar wel even tijd voor nodig heb, want dat is materie waar je echt goed moet induiken.'

Het gekke is: sinds ik alles wat ik doe een project noem, voel ik me ECHT beter. Succesvoller.
Het werkt echt, probeer het maar eens!

Ik heb ook al visitekaartjes besteld, en een Firma-Fluitekruid-stempel, en een Firma Fluitekruid-pen, en adresstickers, allemaal vanwege mijn project 'Personal Branding'.

Misschien kan ik mezelf nóg beter in de markt zetten, bijvoorbeeld door t-shirts te laten maken met daarop mijn consuminderkretologie. Dat is pas lachen: consuminderboegbeeld worden, en dan een enórme merchandise hebben: spullen waarmee je uitdraagt minder spullen te willen. Maar voor dat project moet ik eerst nog even een conceptplan schrijven.

Afbeeldingsresultaat voor project

dinsdag 30 augustus 2016

Pogingen om iets van het leven te maken

Het Danspaleis

 

Afgelopen weekend had ik de eer om te mogen dansen met een mevrouw van 103.
Ik had me opgegeven als vrijwilliger bij het Danspaleis, een organisatie die dansfeestjes organiseert voor ouderen. Of, nou ja, eigenlijk is iedereen welkom, want het is juist leuk als jong en oud elkaar ontmoeten! In ieder geval worden er veel plaatjes gedraaid uit de jaren 20, 30, 40 en 50, en probeert men zoveel mogelijk ouderen - zowel zelfstandig wonend als uit instellingen - enthousiast te krijgen. 

Er schijnt zelfs een harde kern van ouderen te zijn die de feesten inmiddels trouw bezoekt.
Wij, de vrijwilligers, waren ingehuurd om zoveel mogelijk mensen de dansvloer op te krijgen, een taak die mij wel ligt. Zo blijf ik zelf ook een beetje in beweging. Veel leuker dan de sportschool!
Bovendien heb ik op een gezellige manier contact met mensen, kan ik dansen op muziek waar ik van hou, én heb ik eindelijk gelegenheid om mijn vele jurken te dragen die (gezien mijn werk op de kinderboerderij) meestal in de kast hangen.


Na gedanst te hebben met een aantal tachtigplussers (waaronder een meneer van 86 die mij soepel alle kanten van de dansvloer op manouvreerde), was er dus die mevrouw van 103. 
Een Kaapverdiaanse mevrouw, met de swing nog in haar lijf, die zichtbaar opleefde van de muziek. 
Haar dochter van 66 (die eruitzag als 45) vertelde dat het helaas moeilijk voor haar is om haar moeder elke keer te brengen, omdat ze het zelf ook druk heeft. Suna, de dj van Het Danspaleis, vroeg de dochter meteen om haar telefoonnummer en kwam met wat andere opties. 'Wat nou als iemand uw moeder kan komen halen en brengen? Of we komen naar haar toe. Die mogelijkheid bestaat ook, we draaien ook plaatjes bij de mensen thuis.' (Zo hartverwarmend! Ik kreeg gewoon tranen in mijn ogen.)




Het autoverhalenfeest

 

Het weekend daarvoor leerde ik weer een andere groep ouderen kennen.
Dat zat zo: een tante van Meneer Fluitekruid, rondreizend verhalenvertelster van 79
(een snotneus, eigenlijk nog), had onlangs een crowdfunding gehouden omdat haar bus stuk was. 

Haar oude had het begeven, en als rondreizend verhalenvertelster heb je dan een probleem.
Zodoende kregen we allemaal een brief, waarin ze uitlegde dat ze weliswaar als een vorst leefde van haar AOW, aangevuld met verhalengeld, maar dat ze een bus/bestelwagen nodig had waarin ze ook kon slapen, en dáár had ze geen geld voor. Maar ze wilde niet aan huis gekluisterd zitten, want:
'Daar ben ik met mijn 79 jaren nog veel te jong voor'.


Dus had ze voor ons een aanbieding: voor 5 euro kreeg je een kaartje toegestuurd, voor 10 euro kreeg je er een appeltaartje bij, voor 15 euro deed ze ook nog een verstelwerkje, en voor 25 euro kreeg je ook nog een verhaal met jezelf in de hoofdrol. De bedragen liepen steeds hoger op, je kon zelfs een voorstelling krijgen of een weekend komen logeren! Aan zoveel lef en creativiteit en levenskunst kon natuurlijk bijna niemand weerstand bieden, dus die bus is er gekomen.

Afgelopen weekend vierde deze stoere dame een feestje om iedereen te bedanken.
Een autoverhalenfeestje om precies te zijn, met anekdotes over auto's, lekker eten en zelfs een lied.
Er liepen nog veel meer van die vrijgevochten dames rond, vrouwen van 70, 80 en zelfs 90 die allemaal nog midden in het leven stonden. Ze reden sowieso allemaal nog auto, zelfs die mevrouw van 90. En daar konden ze prachtig over vertellen.



Afbeeldingsresultaat voor when i'm an old woman i shall wear purple
When I'm an old woman, I shall wear purple...



Hendrik Groen

 

Je zou er natuurlijk zo voor tekenen, nog rondreizen en verhalen vertellen als je 80 bent, nog dansen als je 103 bent. Hoewel ik denk dat je zelf veel in de hand hebt (zorgen dat je blijft bewegen, goed voor jezelf zorgen, onder de mensen blijven, etc.) kan je natuurlijk ook pech hebben. Voor mensen die pijn hebben, ziek zijn, niet meer mobiel zijn en iedereen om zich heen hebben verloren, kan de oude dag heel eenzaam zijn. Het leven valt een beetje stil, en elke dag lijkt op de vorige.

In de dagboeken van Hendrik Groen wordt dit heel beeldend beschreven. Een man van 83 beschrijft het leven in een verzorgingstehuis, maar wel met veel humor, waarbij zowel de bekrompenheid van de bewoners als de betutteling door de directie niet gespaard blijven. Ik heb genoten van deze boeken. Juist nu het met mijn eigen ouders slechter gaat, herken ik veel in die verhalen, en de humor helpt mij enorm om die ellende te relativeren. De verhalen geven me ook hoop: al loop je in een luier, al ben je slecht ter been, met een dosis humor en een paar gelijkgestemde zielen valt er best nog iets van te maken.

Ik hoop nog steeds oud te worden. Mocht ik dat voorrecht hebben, en mochten er tegen die tijd nog verzorgingstehuizen zijn, dan hoop ik dat ik daar mensen tegen kom als Hendrik Groen, Evert, Eefje, Grietje, Graeme en al die andere leden van rebellenclub Omanido ('Oud Maar Niet Dood). 


Van elke dag iets moois proberen te maken, aan de rand van de afgrond, dat noem ik levenskunst van een hogere orde.  

 Afbeeldingsresultaat voor hendrik groen

Tenslotte nog een mooi filmpje. Vader en zoon, zingend in de auto. De vader heeft Alzheimer, maar de muziek brengt hem weer even 'terug'. Prachtig om te zien hoe ze samen genieten van dit moment.